PwC: Generatiewissel is grootste zorgenkind voor familiebedrijven

 
 
Persbericht
 
Datum
Brussel,  21 februari 2013

Contactpersonen
Lieven Adams, Partner, PwC België,
e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
of 
Philippe Vanclooster, Partner, PwC België,
e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
of  
Saskia Rademakers, Marketing & Communication, PwC België, e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 
 
Generatiewissel is grootste zorgenkind voor familiebedrijven

Aantrekken en behouden van talent is een van de belangrijkste
uitdagingen voor de komende jaren
 
Meer dan de helft van de ondervraagde Belgische familiebedrijven (57%) liet in het voorbije jaar een omzetgroei optekenen en voorspelt ook voor de komende vijf jaar een gestage groei. Dat blijkt uit “The Family Business Survey”, een tweejaarlijkse studie van PwC over familiebedrijven. Net zoals bij andere bedrijven zijn de algemene economische situatie, de onzekerheid over de euro, prijsconcurrentie en de noodzaak van voortdurende innovatie de belangrijkste externe uitdagingen voor het realiseren van deze groei. Een typisch probleem voor familiebedrijven is de regeling rond de opvolging binnen het bedrijf, die, samen met het aantrekken en behouden van de juiste talenten, de grootste interne uitdaging vormt. Nog volgens het rapport vinden familiebedrijven dat ze een vitale rol spelen in de Belgische economie, maar zijn ze ook van oordeel dat de overheid meer zou kunnen doen om hen te helpen bij de bedrijfsontwikkeling, onder andere op het vlak van financiering. De juiste mensen op de juiste plaats Op intern vlak vormen personeelsgerelateerde problemen de grootste toekomstige uitdaging voor de Belgische familiebedrijven. Voor 71% van de familiale ondernemingen in ons land is het aantrekken en behouden van geschikt personeel het grootste aandachtpunt voor de komende jaren. Dat percentage ligt beduidend hoger dan het globale gemiddelde van 46%. “Vooral het vinden van goed opgeleide technische werknemers blijft in ons land een groot probleem’, zegt Philippe Vanclooster, vennoot in de fiscale praktijk bij PwC. “De schaarste op gebied van technisch gekwalificeerd personeel is al langer gekend. Heel wat ondernemers zien hier dan ook een grote rol weggelegd voor ons onderwijs. Ze zijn ook van oordeel dat het statuutverschil tussen arbeiders en bedienden de heersende maatschappelijke opvatting dat een technische opleiding minderwaardig zou zijn alleen maar verder versterkt. Daar moet dus zeker iets aan veranderen.” Uniek bedrijfs-DNA Familiebedrijven zien over het algemeen een aantal positieve verschillen met andere bedrijven. Met name de flexibiliteit van de organisatie en het vermogen om snel in te spelen op nieuwe evoluties worden aangehaald als grootste troeven. Andere pluspunten zijn de persoonlijke betrokkenheid bij het bedrijfsgebeuren, de nauwere banden met de werknemers, de langetermijnvisie en de minder hiërarchische managementstructuur. “Het feit dat familie en bedrijf zo nauw met elkaar verbonden zijn, maakt dat familiebedrijven doorgaans meer betrokken zijn dan externe aandeelhouders”, verduidelijkt Lieven Adams, vennoot bij PwC, gespecialiseerd in fusies, herstructureringen en overnames. “Ze weten vaak meer over de bedrijfswerking en de activiteiten en zijn meer bezig met het personeel. Dat familiebedrijven meer nadruk zouden leggen op een langetermijnvisie dan andere bedrijven wordt ook aangehaald als een van de troeven.” Uit de studie blijkt tegelijk dat het specifieke karakter van een familiebedrijf ook wel een aantal typische problemen met zich meebrengt. Zo moeten familiebedrijven onder andere concurreren met grotere, beursgenoteerde bedrijven, die langere tijd onder de marktprijs kunnen werken of een agressievere marktstrategie kunnen hanteren. Volgens de respondenten zullen familiebedrijven meer te maken krijgen met internationalisering. Internationale activiteiten zijn van groot belang voor het voortbestaan van de Belgische familiebedrijven, die dan ook voorspellen dat internationalisering in de toekomst tot bijna de helft van de omzet zal genereren. De volgende generatie Een ander kenmerkend knelpunt is de opvolging. Het moment van de generatiewissel binnen het bedrijf zorgt over het algemeen voor extra moeilijkheden. Het bedrijf is op die momenten erg kwetsbaar. Een derde van de Belgische familiebedrijven is van plan om wel de eigendom maar niet het bestuur door te geven aan de volgende generatie, terwijl 21% nog niets heeft beslist over de opvolging. De hoofdbekommernis in verband met het doorgeven van de leiding is dat de volgende generatie niet over de nodige vaardigheden of bekwaamheid zou beschikken. Philippe Vanclooster: “Op een bepaald ogenblik dringt een generatiewissel zich op, maar dat loopt niet altijd even vlot. De kinderen zijn niet noodzakelijk geïnteresseerd in het bedrijf en hebben misschien een totaal andere carrière voor ogen. Of misschien tonen ze wel de nodige interesse maar zijn ze mogelijk niet bekwaam genoeg om het management van de onderneming over te nemen. Dat kan voor heel wat conflicten zorgen. Er is ook de voortdurende spanning tussen het familiale, zeg maar het meer emotionele, en het puur zakelijke aspect waarbij er moet gekeken worden naar de continuïteit van het bedrijf. We stellen vast dat de familiale band een erg belangrijke rol speelt binnen het bedrijf, maar de capaciteiten van de bestuurders zijn minstens even belangrijk voor de ontwikkeling en het voortbestaan van het bedrijf. En als die capaciteiten niet aanwezig zijn bij de volgende generatie kiest men toch best voor een extern management.” In de meeste familiale ondernemingen zijn speciale procedures ingesteld om deze conflicten te beheersen, zoals aandeelhoudersovereenkomsten, regelingen rond onbekwaamheid of overlijden, familieberaad of bemiddeling via derden. Vanclooster: “Sommige bedrijven werken met charters om de hele problematiek van de opvolging en mogelijke familiale conflicten te regelen. Zo zijn er familiebedrijven die eisen dat de kinderen, zeg maar de kandidaat-opvolgers, eerst gedurende een aantal jaren voldoende relevante ervaring opdoen bij andere ondernemingen vooraleer ze in het eigen familiebedrijf aan de slag kunnen.” Volgens de studie heeft 28% van de Belgische familiebedrijven (tegenover 21% wereldwijd) echter geen procedures voorzien voor het voorkomen of beheren van opvolgingskwesties en familiale conflicten. Geen sant in eigen land? Uit het PwC-onderzoek blijkt ook dat familiebedrijven van oordeel zijn dat ze een uiterst belangrijke rol spelen in het socio-economisch weefsel van ons land. Toch vragen ze zich af of de overheid zich wel ten volle bewust is van hun belang. Sommige respondenten vinden dat de overheid meer zou kunnen doen om hen te helpen bij hun ontwikkeling. “Uiteraard wordt er naar de overheid gekeken wanneer het gaat over maatregelen om de economie in ons land terug aan te zwengelen. De overheid speelt immers een cruciale rol in de uitbouw van het ondernemingsklimaat. Maar de familiebedrijven vinden bijvoorbeeld ook dat de overheid op het vlak van internationale expansie nog meer ondersteuning zou kunnen bieden dan nu het geval is. En hoewel familiebedrijven in ons land, in vergelijking met sommige andere markten, zich minder duidelijk uitspreken over de vraag of de overheid het voor hen gemakkelijker zou moeten maken om aan financiering te geraken, zou zowat de helft van hen hiervoor te vinden zijn. Het zou hen in ieder geval helpen in hun concurrentiestrijd met de grote beursgenoteerde ondernemingen. Ook technologische ontwikkeling en innovatie zijn twee punten waarin de overheid of andere instanties familiebedrijven potentieel meer zouden kunnen ondersteunen”, besluit Lieven Adams.
***
Over PwC’s Family Business Survey
Voor het rapport Family firm: A resilient model for the 21st century interviewde PwC tussen midden juli en begin september 2012 CEO’s, CFO’s of andere managementleden van bijna 2.000 familiebedrijven in 28 verschillende landen. In ons land namen 75 familiale ondernemingen deel aan het onderzoek. Voor meer informatie over de profielen van de deelnemende Belgische familiebedrijven en een gedetailleerd overzicht van de resultaten verwijzen we naar het Belgische en het internationale rapport.
Over PwC
PwC-firma's helpen organisaties en individuele personen de waarde te creëren waar ze naar op zoek zijn. Wij vormen een netwerk van firma's in 158 landen met meer dan 180.000 medewerkers die zich engageren tot het leveren van kwaliteit in audit-, fiscale en adviesdiensten. Laat ons weten wat u belangrijk vindt en lees meer over ons op www.pwc.com. 'PwC' verwijst naar het PwC-netwerk en/of een of meer firma’s die er deel van uitmaken. Elke firma is een afzonderlijke juridische entiteit. Zie www.pwc.com/structure voor meer gedetailleerde informatie hierover.
 
 
Informatie voor de redacties:
 
PwC veranderde zijn naam van 'PricewaterhouseCoopers' in 'PwC', met een grote 'P' en 'C' en een kleine 'w' alleen in het logo worden de drie letters klein geschreven.
 
Voor meer informatie of een interview over dit onderwerp kunt u altijd contact opnemen met Geert Poisquet (0479 33 44 89) of Olivier Maüen (0495 59 38 06) bij Luna. Het e-mailadres hiervoor is Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..
 
De PwC-persinformatie is ook te vinden in de PwC press room.
 
TOP