PwC: Werkkapitaalbeheer in Europa beter dan ooit tevoren; Benelux doet nog altijd beter dan EU-gemiddelde

 
 
Persbericht
 
Datum
Brussel, 26 februari 2013

Contactpersonen
Damien McMahon, Partner, PwC België,
e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
of 
Didier Vandenhaute, Director, PwC België,
e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 
of  
Saskia Rademakers, Marketing & Communication, PwC België,
e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 
 
 
Werkkapitaalbeheer in Europa beter dan ooit tevoren;
Benelux doet nog altijd beter dan EU-gemiddelde – PwC-studie
 
 
De grootste Europese ondernemingen beheren hun werkkapitaal beter dan ooit tevoren en de ondernemingen die in dit opzicht de efficiëntste zijn, vinden we in het Verenigd Koninkrijk, zo blijkt uit een nieuwe PwC-studie. Benelux-ondernemingen zijn een beetje efficiënter met hun werkkapitaal omgesprongen dan hun buren. Working Capital: Never Been Better analyseert hoe Europa’s grootste beursgenoteerde ondernemingen omgaan met hun werkkapitaal (‘working capital performance’) en toont aan dat de cash-to-cashcyclus (‘cash-to-cash conversion cycle’) in de Benelux in 2011 een indrukwekkende 64 dagen bestreek, tegenover 72 dagen in 2010. De studie, die gebruikmaakt van ‘Days Working Capital’ (DWC) als maatstaf voor efficiënt beheer van werkkapitaal (‘working capital efficiency’), toont aan hoeveel dagen Europese ondernemingen erover doen om hun werkkapitaal om te zetten in opbrengsten. Hoe sneller ondernemingen hierin slagen, hoe beter. Naast de Benelux zijn de andere landengroepen die van een goed werkkapitaalbeheer blijk geven de volgende uitschieters: het Verenigd Koninkrijk en Ierland (55 dagen), Midden-Europa (58 dagen) en Rusland en Oekraïne (63 dagen). De slechtste resultaten worden behaald door Frankrijk (83 dagen), gevolgd door de Scandinavische landen (78 dagen) en de landengroep Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk, alsook Italië (allemaal 77 dagen). Globaal bekeken is tussen 2010 en 2011 de Europese cash-to-cashcyclus 5 dagen korter geworden, om uit te komen op 70 dagen, een evolutie die vooral toe te schrijven is aan verbeteringen op het gebied van vorderingen en voorraden. Damien McMahon, Treasury Advisory Partner, licht toe:
“Cash is een dure resource geworden, waar men almaar moeilijker aan geraakt. We mogen niet vergeten dat werkkapitaal de goedkoopste bron van liquide middelen is en, aangezien de meeste ondernemingen in hun balans ‘trapped cash’ hebben, is het begrijpelijk dat ze eerst zo veel mogelijk cash uit het werkkapitaal proberen te halen voordat ze op zoek gaan naar bijkomende externe financiering. Dit is een aanpak die waarschijnlijk gunstig onthaald wordt door kredietverstrekkers die organisaties momenteel aanmoedigen om zich proactiever op te stellen bij het beheer van de eigen kasstroom. Werkkapitaalbeheer en kasstroomprognoses staan dan ook bovenaan op de agenda van CFO’s, treasurers en andere finance executives. De verhoogde aandacht voor werkkapitaal na de recessie van 2008 heeft een positieve impact gehad op het werkkapitaalbeheer binnen de grootste beursgenoteerde ondernemingen in Europa. Sindsdien hebben CFO's kort op de bal gespeeld en zien ze werkkapitaal als een strategische prioriteit om liquide middelen te genereren. Deze trend zien we nog altijd in 2011.” Didier Vandenhaute, global banking and cash management network leader bij PwC België, preciseert:
“Hoe dan ook wijst de analyse op een polarisatie in de volgende zin: enerzijds slaagden de ondernemingen die het werkkapitaalbeheer goed aanpakten erin om cash vrij te maken en hun eigen groei te financieren; maar anderzijds gingen de ondernemingen die het in dit opzicht slecht deden erop achteruit en moesten ze bijkomende liquide middelen vinden om hun groei te financieren. Hoewel ondernemingen in heel Europa hun werkkapitaalbeheer volop aan het verbeteren zijn, wordt de kloof tussen de ‘beste’ 25% en de ‘slechtste’ 25% groter. Met andere woorden: de resultaten van de goede leerlingen van de klas verbeteren terwijl die van de slechte leerlingen verslechteren.” Hoewel de Europese werkkapitaalniveaus over het algemeen aan het dalen zijn, worden er nog altijd heel grote verschillen vastgesteld. De studie geeft aan dat het verschil tussen de resultaten van de performante en de niet-performante bedrijven meer uitgesproken aan het worden is, wat erop wijst dat er enorm veel potentieel is voor verbetering voor de ondernemingen die niet in het bovenste kwartiel zitten (de ‘beste’ 25%). Uit de studie blijkt dat 2.307 van de grootste beursgenoteerde Europese ondernemingen in 2011 samen een bedrag van meer dan EUR 900 miljard onnodig hadden vastzitten in werkkapitaal; dat had kunnen vrijkomen als alle ondernemingen die in de studie opgenomen zijn, hun werkkapitaal even goed hadden beheerd als de ondernemingen in het bovenste kwartiel. Ter vergelijking: de Benelux-ondernemingen hadden in 2011 meer dan EUR 48 miljard vastzitten, wat vrijgekomen zou zijn als ze hun werkkapitaal beter beheerd hadden. Sectorgerelateerde verschillen in de Benelux Uit een vergelijking van de cash-to-cashcyclus tussen verschillende sectoren blijkt duidelijk dat de onderliggende businessmodellen sterk uiteenlopen; ook is duidelijk in welke sectoren er een ‘cashcultuur’ heerst. Op basis van de studiebevindingen was in 2011 de sector Telecommunicatie de efficiëntste sector in de Benelux, met een gemiddelde cash-to-cashcyclus van 15 dagen. Ondernemingen die tot de Utilities-sector behoren, waren op één na de meest efficiënte (27 dagen), gevolgd door Retail (33 dagen). Aan het andere uiteinde van de scorelijst vinden we ondernemingen uit de sectoren Pharmaceuticals (133 dagen), Manufacturing (83 dagen) en Technology Pharmaceuticals (83 dagen). In de Benelux vertoonden tussen 2010 en 2011 alle sectoren een verbetering op het vlak van werkkapitaal, zo blijkt uit de studie. De sector die er tussen 2010 en 2011 het meest op vooruitging, is Utilities, namelijk met 36,0%, gevolgd door Telecommunicatie, goed voor een verbetering met 31,7%. De verbetering in de Telecom-sector (in deze studie inclusief Broadcasting en kabeltelevisie) wordt algemeen verklaard door een toenemende focus op cash en verbeterde controleprocedures/-mechanismen voor werkkapitaal. De derde plaats, met een vooruitgang van 22,6%, is voor Benelux-ondernemingen die diensten verlenen (de Services-sector). De sectoren die de minste verbetering optekenen, zijn Basic Materials en Oil & Gas (respectievelijk 2,2% en 3,3%). Maar dit is nog altijd een verbetering en, gelet op het ‘zachte’ marktklimaat, geen slecht resultaat. Wel is enige omzichtigheid geboden bij de cijfers voor werkkapitaal die voor deze sectoren gepresenteerd worden, want de prijs van grondstoffen schommelt nogal. Daarom is het moeilijk om uitgesproken conclusies te trekken wat betreft de vraag of de werkkapitaalverbetering toe te schrijven is aan prijsstijgingen dan wel aan een verbeterd werkkapitaalbeheer.
°°°

Toelichting voor de redacties

1. PwC’s Working Capital Team heeft de grootste 2.307 beursgenoteerde Europese ondernemingen (met een jaarlijkse omzet van meer dan EUR 115 miljoen) geanalyseerd met de loep op ‘working capital performance’, debiteuren, crediteuren en voorraden over een periode van 5 jaar, van 2007 tot 2011 (inclusief ondernemingen die het boekjaar afsloten in maart 2012). 2. Het werkkapitaal werd berekend als een percentage van de omzet (debiteuren + voorraden – crediteuren). 3. De ondernemingen die het werkkapitaalbeheer het efficiëntst aanpakken, werden ingedeeld bij het bovenste kwartiel (d.w.z. de ‘beste’ 25%), terwijl de ondernemingen met de slechtste resultaten in dit opzicht werden ingedeeld bij de onderste 25% van de ondervraagde populatie. 4. De 34 Europese landen zijn als 10 clusters gegroepeerd:
  • de Benelux: België, Nederland en Luxemburg;
  • Midden-Europa: Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen en Tsjechië
  • Frankrijk;
  • Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk;
  • Italië;
  • de Scandinavische landen: Denemarken, Finland, Noorwegen en Zweden;
  • het overige deel van Zuid-Europa: Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Cyprus, Griekenland, Kroatië, Macedonië, Montenegro, Slovenië, Turkije en Slowakije;
  • Rusland en Oekraïne;
  • Spanje en Portugal;
  • het Verenigd Koninkrijk en Ierland.
5. De sectoren financiële diensten, vastgoed en verzekeringen zijn niet in de studie opgenomen.  
Over PwC PwC-firma's helpen organisaties en individuele personen de waarde te creëren waar ze naar op zoek zijn. Wij vormen een netwerk van firma's in 158 landen met meer dan 180.000 medewerkers die zich engageren tot het leveren van kwaliteit in audit-, fiscale en adviesdiensten. Laat ons weten wat u belangrijk vindt en lees meer over ons op www.pwc.com. 'PwC' verwijst naar het PwC-netwerk en/of een of meer firma’s die er deel van uitmaken. Elke firma is een afzonderlijke juridische entiteit. Zie www.pwc.com/structure voor meer gedetailleerde informatie hierover.

 
 
Informatie voor de redacties:
 
PwC veranderde zijn naam van 'PricewaterhouseCoopers' in 'PwC', met een grote 'P' en 'C' en een kleine 'w' alleen in het logo worden de drie letters klein geschreven.
 
Voor meer informatie of een interview over dit onderwerp kunt u altijd contact opnemen met Geert Poisquet (0479 33 44 89) of Olivier Maüen (0495 59 38 06) bij Luna. Het e-mailadres hiervoor is Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..
 
De PwC-persinformatie is ook te vinden in de PwC press room.
 
TOP