Employer branding gaat over meer dan je bedrijf

 ‘Employer Branding’ is een hot topic in onze sector. Een bedrijf is namelijk maar zo goed als de mensen die ervoor werken. En iedereen probeert zich in de markt te zetten om de beste talenten binnen te halen. Een goede communicatiestrategie is daarvoor een must have. Denk daarbij gerust wat breder dan de klassieke argumenten over jezelf als werkgever.

Veel bedrijven die zichzelf als goede werkgever in beeld willen brengen zetten nog altijd in op erg klassieke argumenten. Ze leggen de focus op het bedrijf zelf, op de producten, of op de werkomgeving. De laatste jaren zie je wel vaker de werk-privéverhouding als argument opduiken, maar er zijn nog veel meer mogelijkheden.
Een voorbeeld: hier op kantoor werd vorige week reikhalzend uitgekeken naar de resultaten van het CurieuzeNeuzen-onderzoek van de krant De Standaard. Ons kantoor nam deel aan die test van de plaatselijke luchtkwaliteit. Wat bleek? De resultaten waren goed en Luna kon rekenen op een groen bolletje. In een tijd waarbij potentiële werknemers, steeds meer belang hechten aan hun gezondheid is dat een element dat je in de strijd kan werpen om mensen te overtuigen.

Een aantal andere voorbeelden:

  • Mobiliteit die werkt. Denk voorbij de firmawagen. Heb je originele initiatieven? Zijn er mensen met een firmafiets? Of geef je werknemers de kans om verschillende vervoerswijzen te combineren? Geef in je communicatie duidelijk aan wat er kan en waar jij voor staat.
  • Location, location, location. Speel je ligging uit. Ligt je bedrijf in een hippe stadsbuurt of net helemaal in het groen? Zijn er fijne restaurants of andere zaken in de buurt? Besteedt er aandacht aan. Al eens gedacht aan een enthousiaste bespreking van de broodjeszaak om de hoek?
  • It’s all about the kids. Aandacht voor de combinatie van werk en privé heeft gelukkig zijn ingang gevonden in een goed HR-beleid. Hanteer je glijdende uren, of is er een crèche vlakbij? Laat dat zeker weten aan de buitenwereld. In een land vol werkende ouders is een werkgever die hier rekening mee houdt een zegen.
  • Mens sana in corpore sano. We zeiden het hierboven al: gezond leven is voor veel werknemers belangrijker. Laat het dan ook zeker aan de buitenwereld weten als je de job kan combineren met sport. Maak een portret van een werknemer die ’s middags gaat joggen, of maak een post van die gratis fruitmand die op je bureau staat.
  • Show them you care. Doe je aan liefdadigheid? Zamel je oude kleren in of hou je regelmatig een opruimactie op je bedrijventerrein? Een bedrijf dat toont dat het een hart heeft, heeft al snel een streepje voor.

Kortom, ga op zoek naar positieve aspecten die niet per se met het werk zelf te maken hebben en zet die in de verf. Je kan hiervoor al je sociale mediakanalen inzetten. Met een vernieuwend mobiliteitsplan of een mooie inzamelactie kan je naar de pers trekken. Som je positieve kanten op en koppel er meteen een kanaal aan om de boodschap te verspreiden.

Het einddoel van elk goed HR-beleid is (onder meer) om mensen zo ver te krijgen dat ze je zien als een bedrijf waar ze graag voor willen werken. En om dat duidelijk te maken mag je de mosterd zeer zeker buiten de vier muren van je kantoor gaan halen.

Voor Nike mag marketing gevaarlijk zijn

Kan je als bedrijf een politiek standpunt innemen zonder dat je daar een bijzonder grote prijs voor betaalt? Nike zal ons het antwoord geven met zijn laatste ‘Just Do It’-campagne.

American football-speler Colin Kaepernick is het gezicht van de 30ste ‘Just do it’-campagne van Nike. Als je het nu in Keulen hoort donderen, geen probleem. Het betreft hier immers een zeer ‘Amerikaanse’ situatie.

Colin Kaepernick protesteerde in 2016 als een van de eerste American football-spelers tegen politiegeweld en sociale onrechtvaardigheid ten opzichte van Afro-Amerikanen. Hij deed dat door tijdens de opvoering van het Amerikaanse volkslied voor een match te knielen in plaats van recht te staan met de hand op het hart. We hebben tijd noch ruimte om hier dit complexe verhaal te schetsen, maar een goede samenvatting vind je hier. De bottom line is dat Kaepernick, toch een verdienstelijk speler, sinds maart 2017 niet meer aangenomen werd. Volgens hem het resultaat van een bewuste boycot vanwege de teams omwille van zijn activisme.

Zijn protest heeft van Kaepernick een enorm controversiële figuur gemaakt. VS-president Donald Trump sprak zich al verschillende keren in niet mis ter verstane termen uit tegen de speler en voor de rechterzijde in de VS is hij een symbool van alles wat er in hun ogen misloopt met hun land. Aan de andere kant krijgt hij veel steun van de progressieve zijde voor zijn houding in zijn conflict met de American football-wereld.

De Nike-campagne leidde dan ook tot ophef. Op sociale media werden anti-Nikehashstags trending en het duurde niet lang voor rechtse Amerikanen filmpjes posten waarin ze hun Nike-schoenen in brand staken. Ondertussen werd het internet overspoeld door parodieën op de campagne.

Al die acties versterken het effect natuurlijk alleen maar. In essentie hoefde Nike niet verder te gaan dan één tweet. Het internet en de klassieke media zouden het van daar wel overnemen. De aandacht die Nike hiermee losweekte is ongezien. Als je alleen daarnaar kijkt was deze marketingcampagne ontegensprekelijk een meesterzet.

Niet zonder risico

De kans is klein dat Nike hierdoor een schoen minder zal verkopen. Het merk is altijd sterk geweest en lijkt hier alleen maar groter uit te komen. De boodschap die het uitdraagt met deze campagne staat dicht bij Nike’s doelgroep. De aandelenkoers nam na de aankondiging wel een duik(je), maar de kans is zeer groot dat die zich binnen een paar dagen of weken weer herstelt. Beleggers reageren immers overdreven op elk stukje controverse. Het zijn uiteindelijk de bedrijfsresultaten die voor hen het verschil maken.

Een risico voor Nike is dat het zich hiermee helemaal op de lijn van sociale rechtvaardigheid zet. Nike is in dat opzicht niet onbesproken. In de jaren ’90 werd het bedrijf getroffen door een schandaal over de werkomstandigheden in zijn fabrieken in Azië. Het bedrijf deed er in de jaren daarna alles aan om de omstandigheden te verbeteren en zijn imago op te poetsen. Daar slaagde het ook in, maar vorig jaar doken er nieuwe problemen op. Mocht er opnieuw bezwarend materiaal aan de oppervlakte komen, staat het bedrijf natuurlijk mooi voor aap met deze campagne.

Het meest opmerkelijke is dan ook de positie die Nike hiermee inneemt. Het kiest voluit voor een bepaald kamp in de ‘culture wars’ die de VS, en in mindere mate ook Europa, vandaag teisteren. Dat is vrij uniek voor een groot bedrijf, en het is dan ook uitkijken of anderen het voorbeeld zullen volgen. Nike is niet het eerste bedrijf dat hard kapitalisme combineert met een bepaalde vorm van activisme, Starbucks is een ander goed voorbeeld. Afwachten of het model aanslaat.

10 voor taal: onze favoriete online taalhulpjes

Schrijven is een kunst. Foutloos schrijven kan je leren. Maar zelfs de beste schrijvers kunnen af en toe wel steun gebruiken. We delen graag onze geheime wapens voor copywriting met jou: online taalhulpmiddelen. Want soms slaat de twijfel toe en dan bieden deze onzichtbare assistenten de oplossing.

  1. De Taaltelefoon
    Was het nu ‘ervan uitgaan’, ‘er vanuit gaan’ of ‘er van uit gaan’? De website van de Taaltelefoon is een mekka voor copywriters. De Taaltelefoon – de taaladviesdienst van de Vlaamse overheid – beantwoordt vragen over onder andere spelling, grammatica, woordgebruik, formulering en stijl. Je kan de dienst bellen om hen je taalkwestie voor te leggen of de website bekijken die een schat aan informatie bevat.
    Varianten: Taaladvies.net (Nederlandse Taalunie), VRT-Taalnet, de Taaladviesdienst van het Genootschap Onze Taal.
    Ook leuk: inschrijven op de mails met taaltips, -weetjes of -testjes van de verschillende adviesdiensten.
  2. Synoniemen.net
    Omdat tien keer het woord ‘goed’ gebruiken nu eenmaal geen vlotte tekst oplevert. Synoniemenwoordenboeken brengen redding. Deze website staat standaard in de favorietenbalk van iedereen die regelmatig een goede tekst schrijft. Synoniemenhitparade
  3. Woordenlijst
    Het ideale taalhulpmiddel voor de twijfelaars onder ons: piramide of pyramide? Gevlei of gevlij? Veten of vetes? Het hand of de hand?
    De woordenlijst geeft van elk woord de juiste spelling, de woordsoort en bij zelfstandige naamwoorden ook het bijpassende lidwoord, het geslacht, het meervoud en de verkleinvorm. Bij werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden volgt de juiste spelling van de verbuiging ervan.
    De Woordenlijst Nederlandse Taal is beter gekend in boekvorm als ‘het Groene Boekje’.
    Vergelijkbaar: http://spellingsite.nu/ (een onafhankelijke spellingsite gemaakt door de Taaladviesdienst van het Genootschap Onze Taal).
  4. De Schrijfassistent
    Als je eenmaal je tekst zo creatief mogelijk hebt gemaakt, met de juiste spelling en grammatica, bestaat er ook nog een hulpmiddel om een laatste check te doen. De Schrijfassistent is een online schrijfhulp ontwikkeld door het Instituut voor Levende Talen (ILT) van de KU Leuven, in samenwerking met de VRT en De Standaard. De schrijfhulp biedt ondersteuning tijdens het schrijfproces. Je kleeft een tekst in de webpagina, selecteert de tekst die je wilt controleren en klikt op de checks onder het tekstvak. De Schrijfassistent controleert de spelling, kijkt de stijl van de tekst na (herhaling, passief, toon, naamwoordstijl) en geeft taaltips.
    Varianten: http://schrijfassistent.standaard.be/

Ken jij nog onmisbare taalhulpmiddelen die in dit lijstje passen? Laat het ons weten in het commentaarveld hieronder!

L’écriture inclusive fait couler beaucoup d’encre

L'écriture inclusive vise à rétablir l'égalité entre les hommes et les femmes en proposant une orthographe plus égalitaire dans la langue de Molière. Elle suscite de vifs débats, surtout depuis la publication, en septembre 2017, d'un manuel scolaire de l’éditeur Hatier utilisant cette graphie.

Une écriture, trois principes

L’écriture inclusive préconise trois principes:

  • Au singulier, l’accord des fonctions, titres, métiers ou grades en fonction du genre. On parle ainsi d’une auteure ou d’une autrice, d’une pompière, d’une chroniqueuse, d’une chercheuse, etc.
  • Le masculin ne l’emporte plus sur le féminin, par exemple au profit de l’accord de proximité qui consiste à accorder l’adjectif avec le sujet le plus proche. Ainsi, on dira « les garçons et les filles sont égales ». Cette règle de proximité, que tous les latinistes connaissent, a longtemps été d’usage en français. Ce n’est qu’au XVIIe siècle que l’Académie française a aboli cette règle au nom de la prédominance du masculin, comme l’a édicté le grammairien Scipion Dupleix « conseiller du Roy » en 1651.
    Dans la foulée de ce principe, l’écriture inclusive propose d’utiliser à la fois le féminin et le masculin lorsqu’on parle d’un groupe de personnes. Comment ?
    • En utilisant la double flexion – «les candidates et candidats»;
    • En ayant recours au «point milieu», aussi appelé «point médian» – les «candidat·e·s» –les «électeur·rice·s»;
    • Soit enfin par une reformulation épicène, c’est-à-dire un nom qui a la même forme aux deux genres – «les personnes candidates»; que les journalistes s'efforcent d'utiliser.
  • Dernier principe fondateur de l'écriture inclusive, éviter l'emploi d’ «hommes» ou «femmes» au profit de termes plus fédérateurs comme «les droits humains» au lieu des «droits de l'homme».

Le tri parmi quelques idées reçues sur l’écriture inclusive

«L’écriture inclusive se réduit au point médian»

Pour ses détracteurs résumant souvent l’écriture inclusive au point médian, elle ne fait que multiplier les difficultés rencontrées. Pour des raisons de prononciation et de compréhension, il est en effet impossible de dire à voix haute «les interlocuteur·rice·s». Mais l’usage des abréviations dans l’écriture fonctionne de la même façon que le (·). Quand on lit «Mme Durand», le cerveau lit «Madame Durand». «Les interlocuteur·rice·s» deviendraient donc spontanément «les interlocuteurs et interlocutrices».

«Il va falloir féminiser tous les noms»

Non ! L’écriture inclusive ne vise pas le genre des noms communs puisqu’ils ne sont pas le marqueur d’une domination d’un groupe d’individus sur un autre. Pas question, donc, de féminiser «un tabouret», «un paillasson », «un lave-linge», ni de masculiniser «une machine à laver», «une serviette» ou une «douche».

«Les féministes veulent l’imposer partout»

Une crainte des opposants à l’écriture inclusive est de la voir se généraliser à tous les écrits, notamment dans les romans. Eliane Viennot, professeure émérite de littérature à l’université et auteure de « Non, le masculin ne l’emporte pas sur le féminin » met un bémol: «Pas de faux procès, nous ne voulons rien imposer en littérature ! Nous parlons des sciences humaines, des textes officiels, scolaires ou journalistiques, qui cherchent l’exactitude. Pour éviter la cacophonie, il faut établir des conventions, elles sont en cours d’élaboration, nous sommes encore en phase d’expérimentation...» Une chose est sûre, l’écriture inclusive risque encore de faire couler beaucoup d’encre.

Pour en savoir plus à ce sujet, consultez le Manuel d’écriture inclusive écrit par Raphaël Haddad, fondateur de l’agence de communication Mots-Clés.

Priesters zijn ook maar mensen

De Mol

Na 7 weken in spanning gekeken en gegist te hebben, werd zondag de echte mol van 2018 onthuld: priester en godsdienstleraar Pieter. Een verrassing voor menig kijker. Dat een priester in de rol van verrader gecast zou worden, leek te vanzelfsprekend om waar te zijn… De ideale keuze dus voor de programmamakers. De mol slaagde bovendien met glans in zijn opdracht. Er werd immers, vooral in het begin, erg weinig geld binnengehaald voor de groepspot en de priester leek daarbij allerminst verdacht.

Pieter kwam vooral sympathiek, joviaal en eigentijds over. Eigenschappen die we niet meteen associëren met priesters. De kerk mag blij zijn met de kennismaking van het grote publiek met priester Pieter. Los van zijn sluwe en misleidende acties tijdens het spelprogramma, toont hij ons dat priesters (en godsdienstleraars) ook maar gewone mensen zijn, net zoals wij allemaal. Sociale mensen die af en toe eens goed vloeken en wel eens een cocktail drinken. Het wereldvreemde imago is er bij deze wat afgeschud en de katholieke kerk krijgt zo een iets modernere uitstraling. Gratis reputation marketing, meer moet dat niet zijn.

In het licht van de vaak eerder negatieve berichtgeving over de kerk, komt een voorbeeld van priesterschap zoals dat van Pieter het beeld van de katholieke kerk zeker ten goede. Een goed imago vormt bovendien een extra wapenschild voor minder positieve, toekomstige berichtgeving. Zo zal een instelling met een goede reputatie minder hard afgerekend worden op eventuele misstappen. Sterk staan is dus de boodschap. De uitdaging daarbij is om consistent en geloofwaardig over te komen. Mensen geloven niet meer in gekunstelde berichtgeving. In het geval van ‘De Mol’ was het geen bewuste intentie van Pieter om het beeld van de priester anno 2018 op te poetsen. Daardoor kan zijn sympathieke deelname des te meer vruchten afwerpen voor de kerk. Benieuwd of priester Pieter ook effectief meer volk naar de kerk zal krijgen...

Volgende zondag krijgen we nog te zien hoe hij als mol zijn sabotage concreet heeft aangepakt. Nog even tijd dus om te bekomen van deze verrassende uitkomst. Dat een andere sympathieke kerel, met name Lloyd, in de prijzen is gevallen, verzacht alvast de pijn van zo om de tuin geleid te worden en 7 weken op de foute mol te gokken. Het beoordelingsvermogen van sommige kijkers verbetert op dit vlak helaas niet met de jaren - ik spreek uit ondervinding.

 

YouTube, onweerstaanbare Temptation voor je communicatie

Opvallende titel in De Standaard begin deze maand: ‘YouTube zwicht voor ‘Temptation’. Tenzij je net terug bent van een expeditie naar Mars, zal je het tv-fenomeen Temptation Island vast wel kennen. Het artikel in kwestie legt de focus op de wirwar aan commentaar en satire op het populaire VIER-programma. Niet op Facebook of Twitter, maar op YouTube. De filmpjes in kwestie halen daarbij vele duizenden bezoekers.

Samen met Netflix en Amazon ontwikkelt YouTube zich steeds meer naar een alternatief voor ‘klassieke’ tv. Kinderen raken verslingerd aan ‘unboxing’-filmpjes over speelgoed, vrouwen kijken naar make-uptutorials, gamers bekijken de beste replays van hun favoriete spellen en aspirant-muzikanten kunnen er een gitaarles volgen.

Wat betekent dit nu allemaal in de communicatiewereld? Wel, wie vandaag op een slimme manier met marketing en communicatie bezig is, zal al zeker met video bezig zijn. En wie video’s maakt, kan die publiceren op een eigen YouTube-kanaal. Dat zou even vanzelfsprekend moeten zijn als een blog delen via LinkedIn of een vacature op Twitter gooien.

We evolueren sowieso steeds meer naar een doorgedreven beeldcultuur. Voor de jongere generaties is het geschreven woord nu al veel minder belangrijk dan beeld. Samen met hen zal ook de ‘taal’ die we gebruiken om te communiceren steeds meer overschakelen van woord naar beeld. Een YouTube-kanaal, als het ware je hoogsteigen tv-zender, wordt dan snel onmisbaar.

YouTube kampt nog steeds met een imago als kanaal voor goedbedoelende amateurs, maar dat is niet langer het geval. Merken als Procter & Gamble en BMW hebben een eigen kanaal, en voor ieder bedrijf dat iets wil betekenen in de brede entertainmentwereld is de site onmisbaar.

Dat brengt ons al snel bij de hamvraag: is een eigen YouTube-kanaal nuttig voor mijn bedrijf? Veel hangt natuurlijk af van de sector waarin je actief bent en wat voor product je aanbiedt. Voor een fabrikant van graafmachines of een leverancier van bedrijfssoftware zal dit minder nuttig zijn. Maar wie veel B2C-contacten heeft en meteen een grote groep (jonge) klanten wil aanspreken, zal hoe langer hoe moeilijker de boot kunnen afhouden.

Daarom alvast snel enkele tips:

  1. Stel een duidelijk doel voor je kanaal
  2. Bepaal een duidelijke strategie voor de inhoud
  3. Zorg dat je consequent voldoende inhoud brengt op je kanaal
  4. Geef je kanaal een eigen gezicht, die strookt met je huisstijl
  5. Hou de productiewaarde van je video’s hoog
  6. Organiseer je content in duidelijke afspeellijsten
  7. Promoot je kanaal via andere sociale media en je website
  8. Treed in dialoog met de mensen die opmerkingen geven op je video’s

 

TOP