Bent u klaar voor het Groot Dictee der Nederlandse Taal?

7 schrijftips die u punten kunnen opleveren

Zaterdag is het grote moment waar elke taalminnaar een jaar lang naar uitkijkt weer daar. Dit weekend, zaterdag 19 december, vindt de 27e editie van het Groot Dictee der Nederlandse Taal plaats. De bekroonde schrijver A.F.Th. van der Heijden (die naam schrijven is op zich al een huzarenstukje) is dit jaar de auteur van het Dictee. Het wordt weer een spannende strijd der Lage Landen. Enkele Vlaamse prominenten zijn Marnix Peeters (Natte dozen), Joris Hessers (Radio Gaga) en Sarah Vandeursen (compleet gaga). Wie volgt de Nederlandse scenarist en regisseur Frank Ketelaar op als winnaar?

Dat onze taal ingewikkeld is, hoeven we jullie niet te vertellen. U kunt dus maar beter goed voorbereid zijn! Deze blog legt u een aantal talige dilemma’s op uw bord en geeft u 7 essentiële tips om het Dictee tot een zo foutloos mogelijk einde te brengen. Welke moeilijke woorden had 2016 allemaal in petto?

Wij zullen alvast klaarzitten met pen en papier voor het scherm van de tv – of was het nu ‘TV’…?

1. Beliebers of beleavers?

Beliebers zijn fans van de Canadese popzanger Justin Bieber, beleavers zijn aanhangers van een Verenigd Koninkrijk buiten de Europese Unie. De British exit of brexit wordt met een kleine letter geschreven, naar analogie van grexit. Het Britse referendum leverde nog heel wat nieuwe woorden op, een overzicht van dat ‘brexicon’ vind je hier. (‘Beliebers’ is trouwens zó 2015.)

2. Guerrilla of guerrila?

Op 25 november overleed de Cubaanse guerrillaleider en ex-president Fidel Castro op 90-jarige leeftijd. Castro was guerrillero, revolutionair en dictator.

3. E-mail of email?

Hillary Clinton kwam tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen in opspraak. Clinton gebruikte een privéadres om professionele e-mails te sturen. De FBI onderzocht de ge-e-mailde berichten. De e-mailgate bleef de presidentskandidate achtervolgen tijdens de verkiezingen. Email is tandglazuur.

4. Pokémon Go of Pokemon go?

Het populaire gameboyspel ‘Pokémon’ werd dit jaar uitgebracht in een mobiele versie: Pokémon Go. Het spel werd een echte hype en vooral tijdens de zomermaanden zag je veel pokémonjagers al pokémonnend over straat lopen.

5. Olympische Spelen of olympische Spelen?

Het grootste wereldwijde sportevenement werd dit jaar in Rio georganiseerd: de Olympische Spelen. In het olympisch zwembad won Pieter Timmers zilver op de 100 meter vrije slag. De Belgische zevenkampster Nafissatou Thiam kroonde zich tot olympisch kampioene in die atletiekdiscipline.

6. Staakt het vuren of staakt-het-vuren?

2016 was ook een jaar van terreur en oorlog. In de Syrische burgeroorlog heerst momenteel een staakt-het-vuren om burgers de kans te geven om de stad Aleppo te verlaten. Andere samenkoppelingen met koppeltekens: een kant-en-klare maaltijd, Onze-Lieve-Vrouw, kat-en-muisspelletje.

7. Te veel of teveel?

Wordt het u allemaal even te veel? Vergeet er dan niet aan te denken dat u te veel vaker los van elkaar moet schrijven dan aan elkaar. In het Nederlands worden zo veel mogelijk woorden aan elkaar vast geschreven, maar soms zorgt een spatie voor een betekenisverschil. Zo betekent ‘te veel’ iets anders dan ‘teveel’. Teveel is een zelfstandig naamwoord: ‘het teveel’, te veel betekent ‘meer dan nodig’.

Zo, nu kunt u helemaal voorbereid aan het Groot Dictee beginnen. Veel succes!

Volg het dictee zaterdag vanaf 20u35 op Canvas of op Twitter via de hashtag #grootdictee.

Add a comment

Wat Joy Anna Thielemans en Donald Trump gemeen hebben

Donald Trump en Joy Anna Thielemans hebben iets gemeenschappelijk. En dan heb ik het niet over hun ‘blonde’ haar, maar over fake nieuws. Valse berichtgeving is een hot topic.


Deze week kopten nieuwssites dat Donald Trump zijn overwinning te danken had aan valse nieuwsberichten. Berichten die ook veelvuldig verspreid werden via sociale media. Zo verscheen er onder andere dat Paus Franciscus de recent verkozen president zijn zegen gaf. Of die valse communicatie nu echt voor zijn overwinning gezorgd heeft, dat is maar de vraag, maar het kan de politieke keuze van mensen wel beïnvloed hebben.


Gisteren ontstond er veel commotie over gelekte privéfoto’s van Joy Anna Thielemans. De actrice kreeg via Snapchat foto’s van zichzelf toegestuurd die ze nooit openbaar had gedeeld met de tekst “Kijk eens wat wij hebben…”. De openbaargemaakte intieme foto’s bleken later een stunt voor de White Ribbon-campagne. Dat is een campagne die geweld tegen vrouwen wil tegengaan, gesteund door de politieke vrouwenbeweging Vrouw & Maatschappij van CD&V. Volgende week, op 25 november, vindt de Internationale Dag voor de Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen plaats met dit jaar respectvolle relaties tussen man en vrouw als thema. Thielemans wil met de actie pijnpunten blootleggen rond cybergeweld tegen vrouwen.


Het nieuws over de actrice raakte verspreid via een anonieme mail naar bepaalde nieuwssites. Thielemans tweette ook zelf over de zogezegde ‘hack’. Het nieuws over de kersverse Amerikaans president werd verspreid om commerciële redenen: nieuws over de excentrieke kandidaat genereert meer clicks en zorgt dus ook voor meer reclame-inkomsten. Beide berichten werden geliked en geshared over verschillende socialmediakanalen. Er zijn natuurlijk ook wel verschillen tussen de twee fenomenen. De Belgische actrice had het nieuws zelf in de hand, de Amerikaanse president (waarschijnlijk) niet. Bij de BV diende het nieuws een nobel doel, bij Trump eerder een bedenkelijk doel.


Het probleem is dat fake nieuws moeilijk te onderscheiden is van echt nieuws. De doorsnee socialmediagebruiker klikt maar al te graag door op artikels met sensationele of bizarre titels, zonder bronnen te checken. Bovendien is één bepaald socialmediakanaal vaak de enige bron waar ze nieuws uit vernemen. Geruchtmakende, soms onjuiste nieuwsberichten verspreiden zich snel online. De media zijn daardoor kwetsbaarder geworden voor valse berichtgeving.


Marc Zuckerberg, CEO van Facebook, en Sundar Pichai, CEO van Google beloven alleszins om in de toekomst beter hun best te doen om dergelijke communicatie niet te ondersteunen. De huidige algoritmen die ze gebruiken om nieuws te filteren volstaan duidelijk niet.  

Add a comment

Verkiezingen VS: Digitaal vs Analoog, is de strijd gestreden?

Wie aan de verkiezingen in de VS denkt, denkt misschien vooral aan veel en dure reclamespotjes op tv. Twee legendarische voorbeelden: de ‘Daisy Girl’ van Lyndon Johnson en ‘Morning in America’ van Ronald Reagan. Beide spots kunnen qua boodschap niet verder uit elkaar liggen (met de nadruk op het positieve of het negatieve), maar vonden hun weg wel naar de geschiedenisboeken.

En ook tijdens deze campagne ging er heel wat aandacht van beide campagneteams naar klassieke spotjes als communicatiemiddel. Een mooi overzicht vindt u hier. Toch is een belangrijk deel van de focus ondertussen verschoven naar de digitale campagne. En voor wie hierbij in de eerste plaats aan Trump en Twitter denkt, het gaat een beetje dieper dan dat.

De campagnemethodes van het verleden zijn echter op weg naar de uitgang. Zeker jongeren volgen de politieke communicatie vandaag via verschillende sociale mediakanalen. De controversiële tweets van Trump hebben een veelvoud aan aandacht losgeweekt in vergelijking met zijn tv-spotjes.

In 2008 deed sociale media zijn eerste intrede in een presidentiële campagne in de VS. Die media winnen nog steeds aan belang, maar ondertussen gaat daarachter een heel systeem schuil gebaseerd op Big Data en het profileren van mogelijke kiezers. De campagne van Clinton leunt daarom zwaar op data. Zij maakt gebruikt van een resem aan tools en van gespecialiseerd personeel om de profielen van haar e-mailcampagne te bepalen.

De kunst van de zaak is om uit te vissen wat voor een bepaalde persoon belangrijk is en aan de hand daarvan hem of haar de juiste boodschap te bezorgen. De communicatie van de campagne wordt zo zoveel mogelijk afgestemd op de voorkeuren en wensen van de individuele kiezer. Aan de hand van het online profiel van mensen (hun surf- en zoekgedrag), kan zo vrij accuraat de politieke prioriteiten vastleggen van diezelfde personen. Zo kan communicatie dan weer ‘op maat’ verstuurd worden en heeft ze een veel grotere kans om een impact op de kiezer te hebben. Dit is vooral van belang bij de nog niet overtuigde kiezer. Mensen die al een uitgesproken voorkeur hebben, zijn immers een pak moeilijker naar het andere kamp te trekken.

Die strategie wordt door beide kandidaten toegepast, al heeft Clinton een streepje voor. Zij heeft ook veel ervaren mensen uit de campagne van Barack Obama aan boord gehouden.De nadruk bij Trump lag meer op klassieke bijeenkomsten of rallies en aandacht via nieuwsmedia. Het resultaat van vandaag zal ook duidelijk maken welke strategie het meest loont.

Tot slot: het is interessant te zien hoe beide kandidaten zichzelf de afgelopen maanden op marketinggebied profileerden. Een analyse die daarbij zeker hout snijdt, heeft het over het opmerkelijke verschil tussen Clinton en Trump. Clinton gebruikt digitale marketing op ongeveer dezelfde manier als grote bedrijven, met een sterk wetenschappelijke aanpak. Daar horen constante analyse en een aantal gesofisticeerde apps bij. Grondig, maar ook wat koel. Trump daarentegen beroept zich veel meer op een emotionele band met zijn potentiële kiezers en gebruikt zijn status als celebrity om bij hen engagement los te weken. Die strategie ligt dicht bij wat beroemdheden doen op sociale media. Trump zelf zet zich daarbij in de markt als een duidelijk brand, waarover hijzelf de controle heeft. Het is zelfs niet overdreven om te zeggen dat Trump de eerste kandidaat is die meer merk dan politicus is.

2016 is in ieder geval het campagnejaar waarbij de social strategy helemaal volwassen werd. Het is nu afwachten tot al die digitale speeltjes de oceaan overwaaien.  

Add a comment

Booster sa présence sur web par le référencement naturel

Lorsqu’on utilise un moteur de recherche, les résultats qu’on obtient ne sont pas le fruit du hasard. Et ne sont pas toujours révélateurs de l’expertise de l’entreprise qui en ressort en premier.

Ce n’est pas possible ? Pourtant si, il suffit que la société soit meilleure en ‘SEO’ que les autres. Le SEO (pour Search Engine Optimization) , c’est la façon dont le contenu d’un site est traité pour se rendre plus attractif aux yeux des moteurs de recherche. De plus en plus, ces derniers analysent la qualité du contenu et sa pertinence pour celui qui cherche l’information.

Sur le Net, l’utilisateur sollicite un moteur de recherche pour trouver de l’information. Il utilise souvent des combinaisons de mots. Rédiger vos contenus et pages web en ‘style SEO’, c’est écrire en langage clair, concret et en intégrant les requêtes, combinaisons de mots et mots-clés utilisés par les personnes que vous souhaitez attirer.

Il faut donc parler la langue de l’utilisateur ciblé et éviter le jargon que seul le public averti connaît. Par définition, quand on cherche quelque chose sur un moteur de recherche, c’est qu’on ne sait pas où le trouver ni exactement comment ça s’appelle…

Le moteur de recherche lui-même peut vous aider à trouver les bons mots, grâce aux suggestions de recherche qu’il propose. Vous voyez directement quelles sont les requêtes les plus fréquentes pour le sujet qui vous concerne. Vous pouvez alors les insérer dans vos textes.

Pour monter naturellement dans les résultats, il faut aussi veiller à utiliser les titres, les introductions, à actualiser régulièrement son site… Tout ce qui est ‘vivant’ attire l’œil du moteur de recherche. Il passe régulièrement en revue le contenu du web. S’il ne constate aucun mouvement chez vous après plusieurs passages… il va considérer que vous n’existez plus. Vous allez descendre dans les résultats. Etre encore moins visible. Continuer de descendre dans les résultats. Devoir développer des efforts importants pour remonter… Autant s’éviter tout ça, non ? Même si vous n’avez pas toujours d’actualité à mettre en ligne, vous pouvez toujours changer un titre, modifier légèrement un paragraphe… Vous restez du coup actif pour le radar du moteur de recherche.

Attention à la pertinence du contenu. Les moteurs de recherche sont de plus en plus intelligents. Ils sont capables de voir si l’article est en rapport avec son titre. Il ne sert à rien d’avoir un super titre très attractif sans réel contenu derrière. Si le but était uniquement d’attirer le radar. Il n’est pas dupe… et vos visiteurs non plus !

Enfin, n’oubliez pas de prévoir une version mobile de votre site internet si ce n’est pas déjà le cas. En effet, de plus en plus de recherches se font à partir de smartphones. Et, depuis le 21 avril, Google a modifié son algorithme et favorise les sites qui disposent d’une version mobile. En d’autres termes, si vous n’avez pas de site optimisé pour le mobile et qu’un utilisateur vous cherche à partir de son smartphone, il est très probable que vous n’apparaissiez pas dans les premiers résultats. Et entrer dans le cercle infernal « baisse dans le classement – moins de visites – baisse dans le classement – moins de visites – etc…

Add a comment

Un site en version mobile? Désormais incontournable!

Les réseaux sociaux bruissent depuis plusieurs jours autour du hashtag #mobilegeddon, en référence au nouvel algorithme du moteur de recherche Google, entré en action le 21 avril 2015.

Un algorithme Google, c’est un programme informatique conçu pour se frayer un chemin parmi les milliards de pages web et y déceler la bonne réponse à votre question. Le nouvel algorithme porte sur l’approche mobile des différents sites internet présents sur la Toile.

La tendance est en effet à l’augmentation des recherches mobiles. Elle devrait continuer de se confirmer. Du coup, Google a décidé de favoriser, dans ses résultats, les sites qui disposent d’une version mobile. Les autres ne sont pas directement pénalisés mais perdront de facto de la visibilité et du trafic.

Depuis ce 21 avril, lorsque vous faites une recherche à partir de votre smartphone, les résultats affichent la mention « Site mobile » ou « Mobile friendly ». Vous savez ainsi directement si le résultat que vous comptiez consulter est optimisé ou non.

«Mobile friendly», c’est quoi ?

Google qualifie un site de «mobile friendly» s’il répond à plusieurs critères, notamment: utilisation d’une police de caractères lisibles sans devoir zoomer, l’adaptation des pages à la taille de l’appareil, la présence d’espaces suffisants entre différents liens hypertextes pour éviter les erreurs de clics,…

Testez votre propre site!

Vous n’êtes pas encore mobile? Ne traînez pas, certaines études d’impact indiquent que les sites non compatibles risquent de perdre 10% de leur trafic global jusqu’à leur mise à jour. D’autres révèlent que 80% des internautes quittent un site ou une application en cas de crash et 46% d’entre eux vont voir ailleurs si l’affichage de la page met plus de 3 secondes… Autant dire que le 21 avril 2015 va marquer un tournant: l’optimisation mobile est devenue incontournable !

 

 

Add a comment

O Flower of Scotland

Il y a quelques jours, les Ecossais ont donc dit non par référendum à leur sortie du Royaume-Uni et à leur indépendance. Sa très gracieuse majesté, la Reine Elizabeth II et son premier ministre David Cameron ont poussé un énorme ouf de soulagement. L’ « empire », qui s’étendait jadis sur la moitié de la planète, ne va pas se réduire à peau de chagrin. Nous ne ferons pas ici l’analyse politique du vote des Ecossais. D’autres l’ont déjà abondamment commenté. Par contre, il est intéressant de revenir en quelques lignes sur l’aspect communicationnel de la campagne qui a opposé partisans du oui et du non.

55,3% en faveur du non. Ca peut paraître beaucoup lorsque l’on sait que, quelques jours avant le vote, des sondages donnaient parfois le oui vainqueur. Cependant, ça reste très peu. En effet, il ya trois ou quatre mois à peine, le non était donné largement au-dessus des 60% voire des 65%. Quelle pourrait être alors l’explication pour un revirement sinon une évolution aussi rapide ? Le champion olympique de tennis, Andy Murray, par ailleurs d’origine écossaise, en a donné un très bon aperçu en un seul tweet, vite repris et retweeté par des milliers de twittos.

Les partisans du non ont en effet mené une campagne de communication négative et très agressive qui in fine a bien failli se retourner contre eux. Pendant de longs mois, sûrs de leur victoire, ils ont constamment dénigré, méprisé, dans leurs interviews ou leurs publicités, leurs adversaires favorables à l’indépendance. Les tenants du non ont ainsi accumulés les clichés sur les Ecossais : junkies aux subventions provenant de Londres, incapables de s’en sortir seuls. Résultat : les indécis, indignés, ont commencé à pencher de plus en plus vers le camp du oui qui s’est vu renforcé dans la dernière ligne droite. Dans la panique, David Cameron a dû faire des promesses de très importantes concessions pour plus d’autonomie pour l’ensemble des 4 nations composant le Royaume-Uni. Des concessions qu’il n’aurait jamais dû faire sans cette campagne de communication complètement ratée car dénigrante.

La communication est une arme merveilleuse mais aussi à double tranchants. Bien utilisée, elle permet de se faire connaître, de se développer, d’améliorer son image mais a contrario, elle peut aussi facilement se retourner contre vous. Laissez-nous vous donner un conseil. Dans votre communication, il vaut toujours mieux parler de vous et mettre en avant vos propres projets. Parler de l’autre, même négativement, c’est lui faire de la publicité gratuite, le mettre sous les projecteurs et lui donner la possibilité de présenter sa vision. Pas vraiment l’objectif que vous visiez, non ?

Add a comment
TOP